Verwerkingsrichtlijnen
Verwerkingsrichtlijnen
Selecteer een of meerdere hoofdstukken om te downloaden.
Inhoudsopgave

Onderste aansluiting / Startprofiel

Voor de onderste aansluiting worden uit de PREFA aanvullend bandmateriaal resp. de PREFA geperforeerd bandmateriaal volgende profielen voorgeproduceerd:

a – Steekprofiel

b – Sokkelplaat

c – Geperforeerde plaat

Deze worden met elkaar verbonden en vervolgens aan de onderconstructie bevestigd.

Als de aansluitingen voor het sokkelgedeelte van de VHG (geperforeerde platen afdekstrips) zijn gemonteerd, kan de montage van het startprofiel worden gemonteerd. Het startprofiel is altijd het begin bij het realiseren van een gevel met PREFA klein formaat-producten. Een nauwkeurige montage van het startprofiel is belangrijk aangezien dit het aanzien van uw gevel in hoge mate bepaald.

Opmerking

Hoe exacter u de montage van het startprofiel uitvoert, hoe eenvoudiger de deskundige montage van het PREFA gevelsysteem is. De markeringen voor de desbetreffende PREFA wandbedekking moeten in acht worden genommen.

De aanslag van het startprofiel wordt over de gehele onderste aansluitlengte uitgevoerd. Met een eerder uitgevoerde smetlijn kan deze in een rechte lijn worden uitgevoerd. Zorg ervoor dat het startprofiel niet meer dan 80 mm voorbij de onderste bebordingplank steekt. Het startprofiel moet over het gehele vlak op de houten onderconstructie liggen.

Plaats het startprofiel op zijn plaats voordat u alle voorgeboorde gaten ribnagelt met de meegeleverde PREFA-nagels (een nagel in alle voorgeboorde gaten slaan). Vervolgens worden productspecifiek de verticale winkelhaken.

Startprofiel voor gevelschindel, dakschindel DS.19, gevellosange, dakpan R.16 en gevelpaneel FX.12

Bijzonderheden bij dakpan R.16 en gevelpaneel FX.12

Lijn het startprofiel met de reliëfinkeping naar het midden van de gevel uit voor dakpan R.16 of gevelpaneel FX.12.

Let er hierbij op dat het gebied voor de opstaande rand aan de zijkant (bijv. zijdelingse afsluiting) niet in het vouwgebied van de dakpan R.16 of het gevelpaneel FX.12 moet liggen. Verschuif indien nodig het startprofiel met een kwart van de afmeting van een dakpan R.16 of een gevelpaneel FX.12.

Bijzonderheden bij gevellosange 29 × 29 en gevellosange 44 × 44

Lijn het startprofiel met de reliëfinkeping ten opzichte van de gevel uit.

Let er hierbij op dat het gebied voor de opstaande rand aan de zijkant (bijv. zijdelingse afsluiting) niet in het midden van de gevellosange van 29 × 29 of 44 × 44 ligt. Verschuif indien nodig het startprofiel met een kwart van de afmeting (1/4 van de verticale snoermaat) van een gevellosange 29 × 29 of 44 × 44.

Startprofiel voor dakpan

Voor de dakpan is er een eigen startprofiel. De bevestiging is dezelfde als bij het startprofiel zoals eerder werd beschreven.

Omdat de dakpan het enige PREFA klein formaat-product is dat ook op latten mag worden gemonteerd, bestaat hier het volgende verschil:

{{1}}Montage op volle bebording{{2}}

Meet vanaf de bovenrand van de eerste dakpan 450 mm omlaag. Breng op 150 mm (breedte startprofiel) van onderaf (= bovenrand breedte startprofiel) een markering aan.

{{1}}Montage op panlatten{{2}}

Meet vanaf de bovenrand van de eerste hoofdlat 470 mm omlaag. Breng op 150 mm (breedte startprofiel) van onderaf (= bovenrand breedte startprofiel) een markering aan. Herhaal het proces aan de andere zijde van en verbind deze markeringen met een horizontaal, gekleurd touw.