Verwerkingsrichtlijnen
Verwerkingsrichtlijnen
Selecteer een of meerdere hoofdstukken om te downloaden.
Inhoudsopgave

Gebruik op het dak

Onderconstructie en statische instructies

De onderconstructie moet worden gepland en uitgevoerd volgens statische eisen (project- en locatiegebonden).

Informeer het timmerbedrijf dat het werk uitvoert al voordat ze aan de slag gaan over de afmetingen van de latten en het gewenste ontwerp (bijv. noordboom- en nokvorming, positionering en uitvoering van de kabelgoot) en controleer of de gegevens juist zijn.

Volle bebording

De ondergrond moet worden uitgevoerd volgens de geldende normen en aangepast aan de lokale omstandigheden.

Aanbeveling volledig beschot:

  • Plankbreedte: 80–160 mm
  • Plankdikte: min. 24 mm
  • Houtvochtigheid: max. 20%

Aanbeveling houtvezelplaat (volgens EN 14964):

  • Materiaaldikte: min. 22 mm

Bij enkelschalige, niet-geïsoleerde dakconstructies dient volgens de eisen van de landelijke regelgeving (onderdaknormen) een onderdak te worden aangebracht, of in ieder geval een bitumineuze scheidingslaag. Structuurmatten zijn vanwege de corrosiebestendigheid van aluminium niet vereist. PREFA raadt het gebruik van structuurmatten in combinatie met dakproducten van PREFA af. Als er dikkere scheidingslagen worden gebruikt, moeten indien nodig langere schroeven worden gebruikt.

Platen op houtbasis

Als er voor PREFA-dakbedekkingen platen op houtbasis als ondergrond voor de montage worden gebruikt, dient de dikte, de bevestiging aan het houtmateriaal en het beoogde gebruik als ondergrond voor het metalen dak te worden afgestemd met de fabrikant of verkoper van de platen op houtbasis.

Bij het gebruik van platen op houtbasis is een scheidingslaag vereist.

OSB-platen als onderconstructie zijn speciale constructies en moeten als zodanig worden gepland.

Opmerking

PREFA raadt het gebruik van OSB-platen als onderconstructie voor metalen dakbedekkingen met of zonder scheidingslaag af.

Kabelgoot

Omwille van de benodigde kabelgeleiding moet de houten onderconstructie in overeenstemming met de volgende details gerealiseerd worden. Het aantal en de positie van de kabelgoten worden bepaald door PREFA Producttechniek en weergegeven in het PV-plaatsingsplan.

Kabelgoot enkelschalig breed

1 Solar-dakpan
2 Bitumineuze scheidingslaag
3 Afdichtingsband
4 String- en verbindingsleidingen

5 Kabelgoot  (koker)
6 Volle bebording (min. 24 mm)
7 Constructiehout
8 kepers

Kabelgoot enkelschalig smal

1 Solar-dakpan
2 Bitumineuze scheidingslaag
3 Afdichtingsband
4 String- en verbindingsleidingen

5 Kabelgoot  (koker)
6 Volle bebording (min. 24 mm)
7 Constructiehout
8 kepers

Kabelgoot dubbelschalig breed

1 Solar-dakpan
2 Bitumineuze scheidingslaag
3 Afdichtingsband
4 String- en verbindingsleidingen
5 Kabelgoot  (koker)
6 Volle bebording (min. 24 mm)

7 Contralatten
8 Nagelafdichtingsband (naar behoefte)
9 Diffusieopen onderdak
10 kepers
11 Isolatiemateriaal

Kabelgoot dubbelschalig smal

1 Solar-dakpan
2 Bitumineuze scheidingslaag
3 Afdichtingsband
4 String- en verbindingsleidingen
5 Kabelgoot  (koker)
6 Volle bebording (min. 24 mm)

7 Contralatten
8 Nagelafdichtingsband (naar behoefte)
9 Diffusieopen onderdak
10 kepers
11 Isolatiemateriaal

Dakdoorvoer

Dakdoorvoeren en toegangen tot de binnenkant van het gebouw doorbreken meerdere bouwlagen en vereisen daardoor dat meerdere vakmannen (dakdekker/loodgieter, timmerman en elektro-installateur) samenwerken.

Alle maatregelen moeten volgens het bouwschema uitgevoerd worden.

Dakdoorvoeren moeten deskundig gerealiseerd worden en mogen de geschiktheid of functie van het onderdak niet beperken.

Zelfklevende manchetten die bij het PREFA zonnepaneelluik gebruikt worden, kunnen zo'n oplossing bieden.

  • Kabeldoorvoer boven nok bij enkelschalige dakconstructie (afbeelding 1)
  • Kabeldoorvoer boven nok bij dubbelschalige dakconstructie (afbeelding 2)
  • Kabeldoorvoer in het vlak bij dubbelschalige dakconstructie (afbeelding 3)